Waarom Amsterdam, Brussel en Maastricht niet zo heel veel van elkaar verschillen…

Een bezoek aan de NDSM werf in Amsterdam is altijd inspirerend. Via de achterkant van het Centraal Station kan je met het pontje eenvoudig naar de overkant van het IJ. Op het moment dat je voet aan de grond zet wordt duidelijk waarom deze oude scheepswerf steeds bekender wordt: een rauwe uitstraling, de enorme NDSM loodsen, veel creatieve uitingen in de publieke ruimte, tijdelijke constructies en invullingen van gebouwen, de ondernemers die de plek in gebruik nemen… Kortom: de NDSM is hot en misschien wel het beste voorbeeld van een nieuw stukje Amsterdam, dat gekoesterd wordt.

Ik ben uitgenodigd door het Pakhuis de Zwijger en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Pascal Smet (minister van o.a. mobiliteit en openbare werken) is met zijn team op expeditie in Amsterdam. Doel van onze ontmoeting is kennis uitwisselen. Wat is de visie van Maastricht op stadsontwikkeling anno nu? Hoe experimenteert men in praktijk? Welke rol hebben de Stadmakers in dit proces? Hoe zien de financieringsconstructies eruit? En dat alles in een uur…

Behalve Maastricht is ook de stad Amsterdam vertegenwoordigd. Brussel luistert en stelt vragen. Zij oriënteren zich op een nieuwe aanpak stadsontwikkeling. Wat blijkt: de zoektocht naar nieuwe vormen van stadsontwikkeling is universeel. De dilemma’s zijn vergelijkbaar, de context en aanpak van steden verschillen. Maar er zijn geen kant en klare antwoorden voorhanden.

Voorbeeld: de stad Amsterdam heeft de afgelopen twaalf jaar een succesvol broedplaatsenbeleid gevoerd via Bureau Broedplaatsen. Met veel geld en een enorme dosis creativiteit en ondernemerschap ‘van onderop’ werden de rafelrandjes van de stad tot leven gebracht. “Enigszins geïnstitutionaliseerd, met visie en beleid”. Maar het is geen geheim: met subsidiestromen kom je een heel eind.

Maar het geld raakt op. Wat nu? Met geld kan een stad sturen, eisen stellen, controleren. Moet de stad nu meer ‘loslaten’? Een politieke discussie. Het (voorlopige) antwoord: nieuw partners zoeken zoals Pakhuis de Zwijger, een dialoog organiseren met o.a. initiatiefnemers, bewoners en ondernemers, slimmer met bestaande geldstromen omgaan en experimenteren met tijdelijke concepten.

De terminologie is hetzelfde, de aanpak verschilt. Waar de stad Amsterdam stoeit met top-down sturing voor een groeiende stad van ruim 800.000 inwoners, experimenteert het Maastricht-LAB met projecten in de praktijk. Maar helder is wel: steden kunnen veel van elkaar leren. En dat gaat gebeuren, via het netwerk Stadsambassades Nederland, een initiatief van Pakhuis de Zwijger. Over een maand is het Pakhuis met een kleine delegatie in Maastricht. Benieuwd wat Amsterdam van Maastricht kan leren!

Related Posts

Site Menu