Meet up: Flirten met leegstand

Over herbestemming, slow urbanism en de kus die van twee kanten komt

Op woensdag 29 maart werd er geflirt met leegstand. In de Hotel Management School Maastricht kwam een gemêleerd gezelschap samen dat beroepsmatig te maken heeft met stadsontwikkeling. Gemeente, provincie, studenten en marktpartijen luisterden, stoeiden en ontmoetten elkaar.

Door stadsreporter Karin Somers

De Meet up wordt afgetrapt door wethouder Ruud Guyt (wonen, duurzaamheid en sport) van Sittard-Geleen: “Er zijn diverse trends van invloed op vastgoed. Gezinnen worden steeds kleiner dus de populatie krimpt en heeft behoefte aan anders wonen. We winkelen anders, kopen steeds meer online. Dus er is een overschot aan winkelpanden. En we werken anders, waardoor kantoren leeg staan. Vroeger werd er dan gesloopt en iets nieuws gebouwd. Tegenwoordig kijken we steeds meer naar herbestemming.” De wethouder ziet deze ontwikkelingen in meerdere steden en hoopt dan ook dat tijdens de meet up van elkaar geleerd kan worden: “Uitwisseling leidt altijd tot verrijking. We kunnen elkaar verbeteren en inspireren.”

Als praktijkvoorbeeld vertelt Jeroen Laven van Stipo over het Zomerhof-kwartier in Rotterdam. “Dit was een gebied aan de rand van de stad waar veel leegstand was. De gemeente was het gebied eigenlijk een beetje vergeten. De woningcorporatie wilde er nieuwe woningen gaan bouwen, maar toen kwam de crisis. Het gebied viel bij niemand in de smaak, met als gevolg dat het een no go area werd.”

Het werd tijd om iets anders te proberen. Dus koos men voor slow urbanism: het gebied kreeg tien jaar de kans om zich te ontwikkelen. “We gingen allereerst op zoek naar de ziel van het gebied. Naar sleutelfiguren die met enthousiasme iets nieuws wilden starten. Een restaurant in een oud treinstel, een zeefdrukkerij die haar deuren en ramen openzetten, projecten voor hangjongeren en drugsverslaafden. Door met bewoners samen te werken, hadden we binnen drie maanden 15.000 vierkante meter gevuld.”

Wat is nu het geheim van dit succes? “We konden de tijd te nemen, want we hadden immers tien jaar. De gemeente faciliteerde elk gek initiatief, waardoor soms procedures versneld werden en ruimte ontstond voor experiment. En we werkten samen met mensen en makers die van de wijk hielden. Die betrokkenheid heb je echt nodig. Het feit dat de woningcorporatie eigenaar was van 70% van de gebouwen heeft natuurlijk ook enorm geholpen.”

Jeroen noemt drie factoren die van belang zijn bij herbestemming en gebiedsontwikkeling: “Hardware, software en orgware. Kijk naar het design, de fysieke kwaliteit van een gebied. Wij hebben bijvoorbeeld kritisch naar de plinten gekeken. Plaats deuren en ramen, dat nodigt mensen uit. Met software bedoel ik: kijk naar het gebruik van de ruimte. Er waren veel lege parkeerplekken, daar hebben we kleine parkjes van gemaakt. En orgware betekent dat je zorgvuldig moet kijken naar de coalities die je smeedt. Wij hielden pitches voor nieuwe huurders van het pand waar wij zaten, want we wilden een gevarieerd gezelschap.”

Dat gevarieerde gezelschap is vandaag ook aanwezig tijdens de meet up. In groepen worden verschillende casussen besproken. Welke oplossingen zijn er? Hoe kunnen kantelpunten worden gerealiseerd? En wie neemt welke rol? Uit de terugkoppeling van de werkgroepen blijkt dat er veel verschillende creatieve oplossing zijn bedacht, maar de overeenkomst is dat bestaande paradigma’s losgelaten moeten worden. Durf en lef worden genoemd, denk grootser en maak verschil. Bij alle casussen worden de bewoners zelf centraal gesteld.

Die bottom-up aanpak wordt onderstreept door projectbooster Eva de Klerk. Uit haar voorbeelden blijkt dat als je van onderop werkt, je zeker weet dat je deelnemers hebt. Zo sluit je geen groepen uit. En dat is bij herbestemming een must: “Flirten is prima, maar de kus zelf moet wel van twee kanten komen.”

 

 

Related Posts

Site Menu