“Maastricht-LAB: knap en gedurfd”.

De leden van de Gideonsbende worden nauw betrokken bij de experimenten en activiteiten van het Maastricht-LAB. Één van die leden is Frank Strolenberg, programmamanager Nationaal Programma Herbestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In gesprek met Frank schetst hij een beeld van het LAB. Over zijn ervaringen en perspectieven.

“De wijze waarop Maastricht de stadsontwikkeling opnieuw vorm geeft, kan als voorbeeld dienen voor veel andere steden. Het is ontzettend knap en gedurfd. Geen enkele gemeentebestuurder houdt van leegstand. Maastrichts wethouder Gerdo van Grootheest loopt er echter niet voor weg en legt dat open en bloot neer. Met de oproep om hulp en steun van andere partijen, omdat een gemeente het in deze tijd niet meer in haar eentje kan oplossen. Daarmee toon je lef, maar stel je je ook kwetsbaar op. Door de brede samenwerking kunnen snel barrières opdoemen, maar kweek je wel draagvlak. Andere gemeenten in Nederland zijn ook wel met nieuwe vormen van stadsontwikkeling bezig, maar niet zo open als Maastricht doet.

De opgave is heel complex. In ons hele DNA zit eigenlijk alleen maar nieuwbouw. Meer dan een halve eeuw is daar de aandacht naar uitgegaan. Plotseling ontdekken we dat de nieuwbouw grotendeels stil ligt en we met de bestaande stad verder zullen moeten gaan. Met herbestemming van gebouwen en kleinschalige impulsen. Klassieke investeerders trekken zich massaal terug. Door de banken werd enkele jaren geleden nog 27 miljard geïnvesteerd. Dat is verdampt tot zo’n twee miljard tot vier miljard. Je zult dus op zoek moeten naar andere investeerders. Private capital bijvoorbeeld. Mensen die je kunt meenemen in het enthousiasme en geloof dat herontwikkeling van monumentale gebouwen ook rendement kan opleveren. Maar wel met het besef dat je niet alles kunt behouden. Daarvoor komen teveel kerken, kantoren en bedrijfsgebouwen leeg te staan.

Maastricht bepaalt voor een belangrijk deel het aanzien en imago van Limburg. De stad is van groot belang om de economische motor van de provincie op gang te houden. Het behoud van de kwaliteit van de stad noodzaakt dus tot creatieve oplossingen. Natuurlijk zijn er critici. Maar een alternatief is er niet. 

In de Gideonsbende klankborden we over de voortgang van de experimenten van het Maastricht-LAB. Het zijn sessies met een enorme betrokkenheid en veel enthousiasme. Belangen worden op elkaar gelegd en gewogen. Het is wel zaak, dat je op korte termijn ook iets kunt laten zien. Dat je resultaten boekt. Snel een tweede park bij Belvédère gestalte geven bijvoorbeeld als onderdeel van het Frontenpark. Dat soort ontwikkelingen komen alleen tot leven als het van de mensen is, van de burgers van de stad.

Het is nu van groot belang dat de kennis en ervaring die we opdoen met de nieuwe vormgeving van de stad ook wordt gedeeld. Overal in Nederland gebeurt wel wat en iedereen doet het op zijn eigen manier. Ook daarin neemt Maastricht het voortouw met symposia en een informele opleiding.

Maastricht-LAB is een experiment. En experimenten kunnen natuurlijk mislukken. Stadsontwikkeling vergt tijd. Het LAB heeft twee jaar de tijd gekregen om zich te bewijzen. Dat is kort en zou uitgebreid moeten worden naar vier jaar. Die periode lijkt mij nodig om echt te kunnen oogsten”.

Related Posts

Site Menu